default logo

Ergotherapie bij kinderen

Ergotherapie bij kinderen

Ergotherapie bij kinderen richt zich op het verbeteren van activiteiten uit het dagelijks leven op school en thuis. Het gaat om handelingen die de kinderen zelf willen leren, handelingen die ouders belangrijk vinden of handelingen die van de kinderen op school worden verwacht. Het betreft spel, zelfredzaamheid en schoolse vaardigheden.

Er hoeft niet altijd een duidelijk aanwijsbare reden te zijn voor de problemen in de ontwikkeling. Kinderen kunnen een lichte achterstand hebben, zonder bekende oorzaak. Ze komen niet mee met de andere kinderen en/of zijn duidelijk ‘anders’ dan hun leeftijdsgenootjes. Handelingen en activiteiten die wij als vanzelfsprekend ervaren (aankleden, schrijven, eten met mes en vork, in de zandbak spelen) zijn voor sommige kinderen een groot probleem.

Andere kinderen die bij de ergotherapie komen ondervinden problemen in het dagelijks leven door een lichamelijke beperking, gedrags- of contactstoornis.

Een ergotherapeut analyseert waarom uw kind moeite heeft met bepaalde handelingen. Een ergotherapeut is erop gericht om uw kind te helpen bij de ontwikkeling en het zo zelfstandig mogelijk thuis, op school en tussen leeftijdsgenootjes te laten functioneren. De problemen in de zelfredzaamheid, het spel of bij schoolse activiteiten worden praktisch aangepakt. De mogelijkheden zijn daarbij belangrijker dan de problemen. Tevens krijgen ouders, verzorgers en leerkrachten adviezen om de situatie thuis en op school te verbeteren.

 

Voorbeelden van hulpvragen

Op school

  • Moeite met knippen, scheuren, vouwen, kleuren.
  • Moeite met het aanleren van letters en cijfers (omkeringen maken, slordig handschrift, laag tempo, pijn tijdens of na het schrijven)
  • Moeite met de zithouding (onderuitgezakt zitten, niet stil kunnen zitten, verkrampte houding bij het schrijven).
  • Geen duidelijke voorkeurshand hebben.
  • Moeite met aanleren van nieuwe vaardigheden.
  • Moeite met oogvolgbewegingen (met lezen steeds de regel kwijt zijn of stukjes overslaan).
  • Snel afgeleid zijn, moeite hebben met concentreren, problemen met samenwerken.

Thuis

  • Moeite hebben aan- en uitkleden.
  • Moeite met veters strikken.
  • Moeite met eten en drinken.

Spel

  • Weinig of moeilijk kunnen spelen.
  • Niet mee kunnen komen met vriendjes.
  • Nooit samen willen spelen met leeftijdgenootjes.
  • Angst om te vallen of te bewegen.
  • Niet graag schommelen of klimmen.
  • Moeite met voortbewegen.
  • Niet weten wat met speelgoed te moeten doen.

Zintuiglijke prikkelverwerking (zie ook kopje Sensomotorische integratie)

  • Bang zijn om te vallen, schommelen of klimmen.
  • Juist veel en vaak bewegen zonder gevaar te zien.
  • Moeite hebben met stil zitten en stil staan.
  • Onhandig zijn en vaak en veel ongelukjes hebben.
  • Sommige materialen (zand, klei of vingerverf) mijden of juist uitsluitend mee spelen.
  • Niet door anderen aangeraakt willen worden (knuffelen, haren wassen, douchen).
  • Snel afgeleid zijn en moeite hebben met concentratie.

 

Verwijzing en vergoeding

Vanuit de basisverzekering wordt 10 uur ergotherapie per kalenderjaar vergoed. Sommige verzekeraars vergoeden extra uren ergotherapie vanuit de aanvullende verzekering. Kinderen betalen geen eigen risico voor zorg uit de basisverzekering.

Bij sommige verzekeraars is het mogelijk om zonder verwijzing naar de ergotherapeut te gaan, zie hiervoor uw polisvoorwaarden. Voor behandeling aan huis is altijd een verwijzing nodig.

 

Herkent u een van bovenstaande voorbeelden, neem dan contact op met Laura Breukers – van der Plas, ergotherapeut.